Dikke Vlaamse pannenkoeken
Zachte, dikke pannenkoeken zoals van bij grootmoeder, licht knapperig aan de rand en luchtig vanbinnen. Ideaal voor een lui zondagsontbijt.
Ingrediënten
Bereidingswijze
Zeef de bloem samen met het zout en de suikers in een ruime kom en maak een kuiltje in het midden.
Breek de eieren in het kuiltje en giet er een scheutje van de melk bij.
Klop met een garde vanuit het midden alles glad, zodat er geen klonters ontstaan, en voeg dan geleidelijk de rest van de melk toe tot je een gladde, lopende beslag hebt.
Laat het beslag minstens 30 minuten rusten op kamertemperatuur, zo wordt de pannenkoek soepeler.
Verhit een klontje boter in een koekenpan op middelhoog vuur tot ze zacht bruist.
Giet met een pollepel wat beslag in de pan en draai de pan rond zodat de bodem gelijkmatig bedekt is.
Bak de pannenkoek 1,5 tot 2 minuten tot de onderkant goudbruin is en de bovenkant droog oogt, keer hem dan en bak nog 1 minuut.
Stapel de pannenkoeken op een bord onder een deksel om warm te houden en bestrooi voor het serveren met poedersuiker.
In Vlaanderen worden pannenkoeken traditioneel gegeten met Lichtmis (2 februari); een goed gelukte pannenkoek zou geluk brengen voor de rest van het jaar.
Laat het beslag zeker rusten, dan krijg je soepelere pannenkoeken die niet scheuren bij het keren.
confituur, bruine suiker of stroop
een grote kom warme melk of verse koffie